Moaneschien Moaneschien bierbrouwerij logo

Garagebrouwerij in oprichting.

De voorgang van de opbouw is momenteel te volgen op Facebook.

In den beginne

Het was ergens in september 1977 of '78, ik moest op school een spreekbeurt houden en had, heel stoer, het thema bier gekozen. Dan moet er ook maar gebrouwen worden, was het commentaar, om het verhaal wat meer "inhoud" te geven. Er werd in die tijd iets anders tegen alcohol aangekeken.

Eerst literatuuronderzoek naar bier brouwen, ehhh, welke literatuur? Er was hoegenaamd niets. De bibliotheek had buiten de encyclopedie niets, de boekhandel niet, de school niet.

Dit was de tijd van de punk, Normaal, cassettebandjes ruilen en partijen als PSP, PPR, CPN. Een stel maten zaten wat meer in die hoek en daar werden ook pamfletten geruild, dingen als het anarchistisch handboek. Kopietjes van kopietjes en daarbij een over bier brouwen. Maar allemaal buitengewoon vaag, meer praktische handleidingen dan dat ze enig inzicht in het brouwproces verschaften. Bij mijn grootmoeder vond ik nog een Duits kookboek, in gothisch schrift, waar ook nog wat in stond. Decoctie natuurlijk.

Dan, hoe kom je aan spullen? Mout? Hop? Was in de buurt niet te krijgen. Familie in Haarlem wees mij op de fameuze drogist Van Der Pigge. Daar moutsiroop, gistzakje, dobber, hopolie en zowaar wat pilsmout gekocht. Aan de slag dus ...

Brouwdag(en)

Probleem:
Mout schroten.
Oplossing:
Mout in een zak van kaasdoek en tussen twee stoeptegels pletten.

Niet dus!

Oplossing:
Koffiemolen, dat werd meel. Daarvan begreep ik wel dat dat nou net niet de bedoeling was.
Oplossing:
Met een hamer slaan. Dat ging ook niet.
Oplossing:
Naar de zeer imposante dorpssmid, die had zo’n twee-wals ding waarmee hij ijzeren platen boog. De smid stond natuurlijk net op dat moment een zeis te slijpen:

"wa wo'j, mien jong?"

Ik wil bier maken mijnheer en ik moet dit mout malen, mag dat door dat ding daar?

"bu'j wa wies joh?"

Ik denk dat die daar wel tegen kan, gaat niet kapot hoor.

"'k wet wa woar ie d'r eene van bunt!"

Dus het is goed?

"ie dut' moar"

Dus mout, met zak en al, een paar keer door dat ding heen. Mout gebroken, zak zwart, gelukt. Ik blij!

Maischen

Wat ik begrepen had is dat het filteren na het maischen lastig is, er stonden wat vage schetsjes van een filter emmer die mij niet veel vertrouwen gaven. Dus ik had besloten de mout inclusief zak in het warme water te doen zodat ik die op het einde van het proces kon uitpersen, moest natuurlijk wel eerst die zwarte zak weer schoongemaakt worden.

Gemaischt werd er in een weckketel met een, naar later bleek ondermaatse, gasvlam. Water iets opgewarmd, graad of 40 en de zak met mout er bij. Rusten, opwarmen, dat duurde wel even en de dag was al meer als half om, maar uiteindelijk werd ca. 55 °C bereikt. Toen werd het tijd om de eerste decoctie te doen, zak open friemelen en met de schuimspaan mout er uit scheppen in een ander pannetje en bij moeders in de keuken aan de kook brengen. Dat rook al snel branderig.

Bij terugkomst bij de brouwketel bleek dat ik de zak niet had dicht gedaan en de helft van de mout los in de pan lag. Dan maar alles los. Oh ja, dat spul uit het andere pannetje moet er ook bij, maar was alweer aardig afgekoeld. Inmiddels was het donker geworden en vond moeders dat het nu toch echt bedtijd was. Het geheel morrend in een paar dekens gepakt zodat het niet teveel zou afkoelen.

Verder

De volgende ochtend alles weer opgestookt en de tweede decoctie gedaan. Dat duurde alles bij elkaar toch ook weer een uur of drie. Dat je bepaalde rusttijden moest aanhouden was me wel bekend, maar niet dat het opwarmen redelijk vlot moet. Heb me daar dan ook geen moment zorgen over gemaakt. Rust betekende voor mij, niet roeren.

Filteren, die ellende zal ik jullie besparen en het koken was voor het donker klaar. Bij het koken werd hopolie uit een flesje gebruikt (een onbekend aantal druppels), er ging een pot donkere moutsiroop bij en verse hop uit de tuin. Die werd tijdens het koken geplukt en er steeds maar bij gegooid.

Gedurende de nacht afkoelen in een emmer met deksel en de volgende ochtend voor school de gist er bij. Dan iedere 4 uur roeren, moeder geïnstrueerd dus dat zou wel goed komen. Netjes de tweede en derde dag het schuim voorzichtig van het jong bier afscheppen. Daarna een paar dagen gewacht tot het schuim ging zakken en het bier in een mandfles overgeheveld, waterslotje er op en op mijn slaapkamertje neergezet.

Blub

De instructie was, laten staan tot het niet meer blubt. Tijdens het huiswerk maken, blub. Dagen later bij het naar bed gaan, blub, ah, hij blubt nog, laten staan.

Er werd bij ons thuis regelmatig wijn en cider gemaakt en met name pruimen wijn kan wel een paar maanden door gisten, dus een enkel blubje per dag verontruste mij niet. Tot ik me op een gegeven moment realiseerde dat het achteruit blubte, de fles in en dat die blubjes wel eens door het opwarmen en afkoelen van het bier konden komen ....

Op de fles

Bottelen, gelukkig bestonden er ook toen al Grolsch beugeltjes (bruine) en waren die ook in ruime mate aanwezig. Schepje suiker bij elk flesje en klaar is Kees. Nou ja, het werd een enorme kliederboel met een wasknijper op het vul slangetje.

Het is onvoorstelbaar maar waar, het was niet eens zuur! Maar wel gort en gort en gort droog. En bitter. Het was vast ook wel een beetje geoxideerd en het schuimde de fles uit.

Het was vooral .. heel .. erg .. leuk!

Ingo Janssen: 23 april 2015